MCT vetten

Vetten in onze voeding zijn opgebouwd uit glycerol, waaraan drie vetzuren, ook wel triglyceriden genoemd, vastzitten. Vetzuren kunnen onderverdeeld worden in korte, middellange en lange ketenvetzuren. Vetten met lange ketenvetzuren (LCT) komen het meest voor in onze dagelijkse voeding.

De lange ketenvetzuren (LCT) worden met behulp van gal en het enzym lipase na het passeren van de maag in de darm afgebroken tot glycerol en vetzuren. De glycerol en vetzuren worden in de dunne darm opgenomen, maar worden niet direct in het bloed opgenomen zoals andere voedingsstoffen. De glycerol en vetzuren worden eerst weer opgebouwd tot vetmoleculen en worden vervolgens getransporteerd via de lymfevaten.

Vergeleken met de lange ketenvetzuren (LCT) worden middellange ketenvetzuren (MCT) makkelijker verteerd en opgenomen. MCT-vetten worden niet gesplitst en komen na opname door de darm direct in het bloed. MCT-vet heeft dus geen gal en enzymen nodig om opgenomen te worden en heeft hierdoor belangrijke voordelen bij spijsverteringsproblemen, zoals bijvoorbeeld bij aandoeningen waarbij een tekort is aan het vetsplitsend enzym lipase of aandoeningen waarbij de vetopname door de darm niet goed verloopt.

Doordat de vertering van MCT makkelijker gaat, worden de reeds opgeslagen vetten eerder gebruikt door een hoge efficiŽnte stofwisseling; met andere woorden: het gewicht neemt af.

Korte en middellange ketenvetzuren worden al in het bovenste deel van de darm opgenomen en gaan via de poortader naar de lever. De vertering is even snel als van koolhydraten omdat het zeer kleine moleculen zijn. Deze worden in eerste instantie gebruikt als energie en krijgen nauwelijks de kans om als vet te worden opgeslagen. Dit in tegenstelling tot lange ketenvetzuren, deze hebben 6 tot 8 uur nodig om door het lichaam te kunnen worden gebruikt als energiebron. Niet alleen voor sporters is dit een duidelijk voordeel maar ook voor mensen die willen afvallen.